Investeringen in nieuwe technologie vergen IT-architectuur

Geschreven door Hans Wortmann

Veel industriële bedrijven staan voor de vraag of zij investeringen in nieuwe technologie moeten doen. Tegenwoordig gaan investeringen altijd gepaard met digitalisering, en vaak is digitalisering de hoofdmoot, soms onder de banier van Industrie 4.0. Maar het roept altijd de vraag op, hoe nieuwe investeringen passen in het bestaande IT-landschap.

Zo’n IT-landschap bestaat uit allerlei applicaties die gestaag meer met elkaar verbonden worden. Bekende integraties zijn CAD/CAM, ERP/CRM, CAE/PDM, APS/ERP om maar enkele voorbeelden te noemen. Meestal moeten die integraties opnieuw getest of zelfs opnieuw gebouwd worden als een van beide applicaties een nieuwe versie krijgt.

Natuurlijk bestaat er overlap in functionaliteit tussen systemen die van verschillende kanten worden aangeboden op de markt. Veel ERP-pakketten kunnen seriematige productie goed ondersteunen, maar zijn minder sterk in repeterende productie of in projectmatige productie. Andere systemen kunnen operaties in eenvoudige magazijnen goed aan, maar missen functionaliteit voor grote distributiecentra.

Grote leveranciers van zogenaamde ‘mega-suites’ hebben de puzzelstukjes die samen een werkend geheel moeten vormen mooi op elkaar afgestemd (althans dat mag men hopen). Maar wat betekent “mooi afgestemd”? Het betekent dat er heldere afbakening is t.a.v. de vraag, welke functionaliteit, waar thuishoort, en dus welke interfaces nodig zijn. Men kan spreken van een modulaire architectuur als die interfaces stabiel zijn (upward compatible) en als men dus nieuwe versies van applicaties vrijgeeft die steeds blijven werken met oude versies van andere applicaties – dit alles binnen dezelfde mega suite.

Laten we eens aannemen dat dit allemaal waarheid is. Dan nog zijn de grenzen van deelsystemen tussen leveranciers niet afgestemd. Wat bij de ene leverancier tot CRM behoort kan bij een andere leverancier bij PDM of ERP horen, of toevallig in een e-commerce module zijn geplaatst. Elke leverancier streeft er hopelijk naar, om een geheel aan applicaties netjes in een architectuur te plaatsen, maar geen enkele grotere leverancier heeft dezelfde modulaire architectuur gekozen als de concurrent.

Het gebeurt slechts zelden, dat een industriële onderneming zich afhankelijk wil maken van één leverancier over de hele linie aan applicaties. Ook is er vrijwel altijd een archipel aan applicaties die al min-of-meer met elkaar zijn verbonden. Kortom, het IT-landschap is meestal een lappendeken. Nieuwe integraties toevoegen aan zo’n lappendeken is meestal duur en niet toekomstbestendig. Wat is hier wijsheid?

Daarop is maar een antwoord: elke onderneming is uiteindelijk verantwoordelijk voor de eigen architectuur, en voor de keuzes die daarin worden gemaakt.  Voor dit eigen beheer moet het bedrijf geschikte hulpmiddelen kiezen. In dergelijke tools zitten technieken waar business en diverse aspecten van de IT-architectuur bij elkaar komen.

Ook een toekomstbestendig en competitief bedrijf?